Start » Politiek » Het kabinet is weer iets kwijt, nu een hele websitepagina

Het kabinet is weer iets kwijt, nu een hele websitepagina

Marianne Thieme heeft Kamervragen gesteld over het verdwijnen van een waarschuwing, op de website van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, tegen kinderarbeid in Oekraïne.

De overheidswebsite waarschuwde tot voor kort nog dat “vooral als u in de agrarische sector of in de bouw onderneemt, is de kans aanmerkelijk dat een productiebedrijf of onderaannemer gebruik maakt van kinderarbeid.” Die tekst is nu verdwenen. Thieme wil dat het kabinet de vragen zo snel mogelijk, maar uiterlijk voor 6 april, beantwoordt en de waarschuwing weer op de website van RVO.nl zet.

Volgens onderzoek is in Oekraïne een op de twintig kinderen tussen 5 en 14 jaar betrokken bij kinderarbeid in met name de agrarische sector en de mijnbouw. Tot voor kort waarschuwde de rijksoverheid Nederlandse ondernemers die activiteiten in of met Oekraïne willen ontplooien hiertegen. Op de website van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, RVO.nl, stond: “vooral als u in de agrarische sector of in de bouw onderneemt, is de kans aanmerkelijk dat een productiebedrijf of onderaannemer gebruik maakt van kinderarbeid.” Deze waarschuwing is recentelijk van deze website verwijderd.

Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) heeft Kamervragen gesteld aan de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de minister van Binnenlandse Zaken over het plotseling verdwijnen van deze waarschuwing. Thieme wil van het kabinet weten of het verwijderen van de waarschuwing samenhangt met het komende referendum over het associatieverdrag met Oekraïne dat op 6 april plaatsvindt. Thieme: “Het is zeer onwaarschijnlijk dat hier een plotselinge verbetering van de situatie in Oekraïne aan ten grondslag ligt. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken waarschuwt nog steeds tegen kinderarbeid in Oekraïne, met name in landbouw en mijnbouw, maar ook tegen de inzet van kinderen in de porno-industrie, als kindsoldaten en bij straatverkoop. Waarom benoemt onze overheid dit dan niet meer?”