Start » Columns » Column Ben van Althuis – Pa Jackson

Column Ben van Althuis – Pa Jackson

Toen ik de telefoon opnam hoorde ik aan de andere kant de stem van Feia. Feia was een collega radiomaker en productieassistente bij radio Hoorn. Iedere zondagmorgen presenteerde ik daar een twee uur durend radioprogramma met muziek, gasten en een forum van plaatselijke prominenten, die aan de ontbijttafel met humor de Hoornse politiek doornamen. Feia benaderde de gasten, maakte afspraken en deed het voorwerk. “Ben, heb je al wat voor aanstaande zondag?” hoorde ik haar vragen. “Nee,” antwoordde ik. “Zin in een Amerikaan?” vroeg ze. “Hoe bedoel je?” was mijn reactie. “Joe Jackson wil naar Hoorn komen voor de promotie van een plaat.” Even was het stil. Joe Jackson, dacht ik. Een van mijn muzikale helden wil zijn plaat promoten in de kleine radiostudio van Hoorn?

“Hoe kom je daar aan?” vroeg ik. “Gewoon, aangeboden via een relatie,” zei ze. “Een van de meest prominente popsterren wil in ons programma?” Er klonk behoorlijk wat ongeloof door in mijn vraag. “Nee, niet de zanger,” antwoordde ze. “Joe Jackson, de vader van Michael.” Nu viel ik helemaal van m’n stoel. We hadden meer bijzondere gasten gehad, maar deze spande de kroon. “Welke plaat wil hij promoten?” vroeg ik. “Hij schijnt de manager te zijn van een veelbelovend zangeresje. Haar naam ben ik overigens alweer kwijt, maar hij is deze week met de Jacksons in Amsterdam.” “En hij wil zondag naar Hoorn komen?” vroeg ik weer. “Nee woensdag. Zondag vliegen ze terug.” “Opnemen dus,” concludeerde ik. “Oké, doe maar. Maar wel graag ’s morgens.” Vertwijfeld hing ik op. Als er iets was dat ik niet verwacht had.

Woensdagmorgen tien uur stipt reden twee enorme limousines de uiterst smalle Wisselstraat in het centrum van Hoorn in. Vlak voor de studio – in het voormalig woonhuis van de stadsomroeper – kwam de kleine karavaan tot stilstand. Uit de eerste auto worstelden zich twee donkere kleerkasten. De persoonlijke lijfwachten van Joe hadden duidelijk moeite met de beperkte ruimte die de nauwe straat bood. De tweede auto werd opengehouden door de chauffeur en achtereenvolgens verschenen een jong meisje – kennelijk de zangeres – en een klein ogend mannetje – al moet gezegd dat, ten opzichte van de twee reuzen, iedereen wat ielletjes uitviel. Feia begroette het stel en begeleidde ze het historische pand binnen.

Het leek erop dat de vader van de schare wereldberoemde sterren zich een ander beeld had gevormd van de studio waar hij te gast was. Radio Hoorn zat nog in een periode waarin met beperkte apparatuur gewerkt moest worden en ook de presentatieruimte blonk niet uit door luxe. Voor de enthousiaste vrijwilligers, die dagelijks hun programma’s maakten, geen enkel probleem, maar pappa Jackson en zijn bewakers werden er niet vrolijker op. Waren zij hier speciaal voor uit Amsterdam gekomen? Na koffie en een kennismakingsronde met de aanwezige technici, kon er gestart worden met de opnamen.

Een ding werd snel duidelijk. Joe wilde alleen over zijn protegé en haar plaat praten. Niet over Michael, niet over de andere kinderen en zeker niet over La Toya. De reden liet zich eenvoudig raden. Pappa Jackson was in die periode behoorlijk negatief in het nieuws. Een boek van La Toya: ‘Growing Up In The Jackson Family’, over jarenlang huiselijk geweld en seksueel misbruik van pa ten aanzien van haar en haar zus Robbie, stond op uitkomen en was inmiddels voer voor de wereldpers. Ook Michael had het een en ander losgelaten. Joe wou dus niet het risico lopen dat ik zou proberen hem op het verkeerde been te zetten. Tot drie maal toe herhaalde hij zijn voorwaarde, waarbij hij mij – met zijn toch al niet al te innemende gezicht – uitdrukkelijk aankeek. Een blik die ook de ogen van zijn bewakers waarschuwend deed samenknijpen. Zoals gezegd, die bewakers waren buitenproportioneel groot.

In een klap veranderde de sfeer. Het interview verliep stroef. Ik denk dat ik wel vijf keer heb overwogen hem toch te confronteren met de berichten over La Toya’s boek en de uitlatingen van zoon Michael, maar telkens als ik die kant op stuurde schuifelden de spierbonken dichterbij en leidde pappa het gesprek een andere richting uit. Uiteindelijk vroeg ik hem in mijn beste Engels wat hij vond van alle ophef rond zijn persoon. Joe ontkende alles. Het was puur kwaadsprekerij en hij beschouwde zichzelf als een voorbeeldig vader. Dat was alles dat hij er over kwijt wilde. De rest van het gesprek babbelde hij over het zangeresje, zijn bemoeienis met haar en het onbenullig disco-singletje dat ze kwam promoten. Volgens mij heeft overigens niemand later nog iets van haar gehoord. Ik heb mijzelf nog wel eens verweten waarom ik niet gevraagd heb wat ze allemaal heeft moeten doen om in zijn gratie te komen, maar waarschijnlijk was het uiteindelijk verstandig dat ik dat niet gedaan heb.

Na ruim twintig minuten stond Joe op. Voor hem was het interview afgelopen. Voor mij trouwens ook. Op de voet gevolgd door de twee patsers, stiefelde hij door de nauwe gang terug naar zijn limousine. Ja, en dan is in zo’n oud pand niet alleen de gang nauw. Ook de deur is niet zo hoog. Plotseling hoor ik: “F*ck!!”. Een van de twee beren stootte zijn kop tegen de deurpost en dat bleek zelfs bij de grootste spierbundels pijn te doen. Vloekend en wrijvend verdween hij met zijn kompaan in de eerste auto. Pappa en zijn zingende vriendinnetje verdwenen in de tweede en voorzichtig manoeuvreerden de twee auto’s de smalle straat uit. “Viezerik,” hoorde ik mijn technicus zachtjes achter mij zeggen. Hardop dorst hij het kennelijk niet. Je kon immers niet weten of die twee nog zouden omdraaien. Iedereen moest lachen.

Zondagmorgen werd het interview met de nodige muziek opgerekt en uitgezonden. Maandag stond ik weer gewoon in mijn bloemenkiosk, in het hartje van Amsterdam. Toch was het nog niet helemaal afgelopen. Die middag verscheen Astrid Joosten ineens voor mijn neus. “Ik heb begrepen dat jij de vader van Michael Jackson in je radioshow had. Klopt dat?” Ik knikte. “Hoe weet jij dat?” vroeg ik. “Er staat een bericht in de Telegraaf van vanmorgen,” zei ze. Ik wist nog van niets. “Weet je misschien waar hij logeert?” vroeg ze door. “Wij willen hem graag voor de tv, in Astrid en Joosten.” “Ik ben bang dat hij alweer thuis op de bank zit,” veronderstelde ik. “Wij hadden het interview al eerder opgenomen.” “Jammer,” zei ze, terwijl ze weg liep. En stilletjes moest ik lachen. Ik had die twee anabolen wel eens voor de camera achter hún stoelen willen zien staan.

Ben van Althuis

www.benvanalthuis.nl