Start » Columns » Column Ben van Althuis – Rijlaarzen

Column Ben van Althuis – Rijlaarzen

“Mam, m’n rijlaarzen zijn te klein. Ik heb de hele middag pijn in m’n voeten gehad.” Nu liet Marian haar ogen van het boek glijden. “Misschien wordt het tijd om een paar nieuwe te kopen,” zei ze. “Mag ik dan leren laarzen?” vroeg Fleur. “Ik heb nog steeds die rubberen en de anderen hebben bijna allemaal leren.” Marian glimlachte. “We zullen zien,” zei ze. Leren laarzen waren duur en als alleenstaande moeder moest ze voorzichtig zijn met haar uitgaven. Toen ze even later op de telefoon over haar facebook pagina scrolde, zag ze een berichtje van iemand in de buurt, die voor een leuk prijsje een paar rijlaarzen aanbood. Precies haar maat dacht Marian en liep naar de bank. “Hoe vind je deze?” vroeg ze. Fleur keek op het scherm en riep enthousiast: “Die vind ik mooi!” Ze zag een paar zwart leren laarzen met kleine glimmende steentjes langs de stiknaden. Ze oogden als nieuw.

Marian belde het telefoonnummer dat bij het berichtje vermeld stond en vroeg of de laarzen nog beschikbaar waren. “Ja, hoor,” klonk het aan de andere kant. “Mogen we even langs komen om te passen?” “Komt u maar,” klonk het vriendelijk. “Je mag komen passen…” Marian keek naar de bank, maar die was leeg. Fleur stond al te trappelen bij de deur terwijl ze haar jas aantrok. Samen stapten ze in de kleine auto van Marian en reden naar het opgegeven adres. Een dame deed open. “Ze waren eigenlijk voor mijn dochter, maar die had het na vijf lessen al gezien. Paardrijden vond ze niets.” De vrouw haalde haar schouders op. “Fleur rijdt al vier jaar en zij is juist heel enthousiast,” vertelde Marian en legde haar arm rond de schouders van Fleur. “Ik hoop dat ze passen, dan zijn ze vast in goede handen,” zei de vrouw, voluit lachend naar de kleine amazone. In de kamer stond een grote schoenendoos naast de bank. Er was duidelijk al op ze gerekend.

De vrouw opende de doos en haalde de laarzen er stuk voor stuk uit. Het gezicht van Fleur glom. Ze waren nog mooier dan op het plaatje. Ze trok haar schoenen uit en probeerde de laarzen aan te trekken. Maar dat viel niet mee. Weliswaar was het leer soepel, maar de wreef was nauw en het lukte Fleur niet haar voeten door de nauwe opening te wringen. “Probeer het eens zonder sokken,” raadde de vrouw aan. Maar nog lukte het niet. “Het is toch de goede maat,” zei Marian, zich overtuigend via het labeltje aan de binnenkant van de schacht. “Het gaat natuurlijk een beetje moeilijk omdat ze nagenoeg nieuw zijn. Ik weet zeker dat het lukt als je het thuis op je gemak nog eens probeert.” “Maar krijg ik ze dan ook weer uit?” vroeg Fleur met een angstig gezicht. “Tuurlijk wel,” antwoordde Marian, bogend op haar jarenlange ervaring als verkoopster in een schoenenwinkel. De koop werd gesloten en blij liep Fleur met haar nieuwe aanwinst terug naar de auto.

Thuis gekomen kon de kleine niet wachten om het opnieuw te proberen. “Rustig nou,” probeerde Marian nog, maar ze had haar schoenen al uit. Opnieuw wurmde ze haar voeten in de nauwe schacht, maar ook nu lukte het niet om door de wreef te komen. Ze trok, ze duwde, ze stampte, maar het ging niet. Marian pakte de laarzentrekkers die ze ooit voor de andere laarzen had gebruikt en trok met alle macht. Het ging niet. “Weet je wat?” zei ze. “Ik loop even naar de buurman. Die is veel sterker dan ik en je zult zien, dan lukt het wel.” “Weet je wel zeker dat ik ze dan ook weer uitkrijg?” vroeg Fleur nogmaals. Het huilen stond haar nader dan het lachen. “Dat heb ik je toch gezegd,” antwoordde Marian. “Ik heb nog nooit meegemaakt dat mensen, die bij mij laarzen kochten, ze niet meer uit konden krijgen.” En ze liep naar de buurman voor wat extra spierkracht.

Toen de buurman binnenkwam en naar het beteuterde gezicht van Fleur keek, moest hij lachen. “Komt allemaal goed, meisje!” zei hij op een zo vertrouwen mogelijke manier. Fleur keek argwanend. De buurman ging naast haar staan en trok met kracht aan de twee trekbeugels. Floep, de eerste voet schoot naar binnen. Toen de andere. Die ging nog steeds moeilijk, maar uiteindelijk lukte het ook om die naar binnen te krijgen. “Zie je nou wel,” riep de buurman, enigszins zelfingenomen. Fleur knikte voorzichtig, niet gerust op het proces dat nog moest volgen; het uittrekken. En dat bleek later geen overbodige angst. Fleur liep met haar laarzen van de ene hoek van de kamer naar de andere hoek. “Hoe zitten ze?” vroeg Marian. “Eigenlijk wel lekker,” antwoordde Fleur. “M’n voeten passen goed. Ze doen helemaal geen zeer.” “Van boven niet te strak?” vroeg Marian door. “Nee,” zei Fleur, “alleen de wreef zit strak. Maar dat wordt wel beter, toch?” “Tuurlijk,” antwoordde Marian zo opgewekt mogelijk, al klonk daar toch een lichte twijfel in door. “Ze moeten even uitlopen.” “Nou…, succes er mee!” riep de buurman en spoedde zich terug naar huis.

Na een kwartiertje rondlopen in haar trotse bezit vroeg Fleur: “Kun je even helpen met uittrekken?” Marian zakte op haar knieën voor de stoel waarop Fleur zat en begon te trekken. Harder en harder trok ze, maar er was geen beweging in te krijgen. Ze ging staan, hield het been van Fleur omhoog en trok nu zo hard ze kon. “Au, je doet me pijn!” riep Fleur. “Je moet wel een beetje meewerken,” probeerde Marian, wat geïrriteerd, haar dochter tot extra inspanning te bewegen. “Doe ik toch!” riep Fleur terug. De tranen sprongen in haar ogen. “Het doet zeer en ik had je toch gevraagd of het wel zou lukken?” “Ja, dat weet ik,” antwoordde Marian, “maar ik kon toch ook niet weten dat het zo moeilijk zou gaan.” “En het was nog nooit gebeurd, zei je!” “Nee, dat is ook zo,” bevestigde Marian. Ze trok nu met alle kracht die ze in zich had. Fleur gilde, terwijl de tranen inmiddels rijkelijk vloeiden. “Je moet ophouden! Het gaat niet!” Schreeuwde ze. Marian stopte met trekken en keek naar het betraande gezicht van haar dochter.

Op dat moment openbaarde zich bij Marian een onstuitbare schaamte. Zij had doorgezet. Het zou wel goed komen had ze gezegd. Maar het kwam niet goed. De laarzen waren niet uit te krijgen. Ze drukte het hoofd van haar dochter tegen zich aan en streek over haar haar. Toen stond ze op en liep naar een kast. Ze pakte een schaar en een torn-mes, en voorzichtig sneed ze stuk voor stuk de naden van de laarzen vlak boven de voet los. Nu kon ze de onderste delen als schoenen uittrekken en daarna de schachten over de voeten van Fleur laten glijden. Met tranen in haar ogen en vier stukken laars in haar hand, keek ze naar het gezicht van Fleur. Deze wist niet of ze moest lachen of verder huilen. “Sorry, lieverd,” zei Marian. “Het spijt me, ik had beter moeten nadenken.” “Geeft niet mam,” glimlachte Fleur door haar tranen heen. Marian kuste de wangen van haar dochter en vroeg zacht: “Ben je nog boos?” Fleur schudde van nee. “Morgen gaan we nieuwe kopen, in de ruitersportwinkel. Goed?” De zon brak door. Fleur knikte opnieuw, maar nu ‘ja’.

(Met dank voor de inspiratie aan een heel aardige verkoopster bij Van Onzenoort Schoenen in Medemblik.)

Ben van Althuis

www.benvanalthuis.nl