Start » Columns » Column Nadine Swagerman – Vrouw vs Spin

Column Nadine Swagerman – Vrouw vs Spin

Ik hou van de herfst. De mooie kleuren, de kortere dagen en het middagzonnetje. Dat is de versie van de herfst waar ik van geniet. ’s Avonds met een kop thee, een stuk speculaas en een dekentje op de bank. Kaarsjes aan, boek of Netflix erbij, en de avond is compleet. Totdat je ineens iets achter de tv ziet bewegen. Je ziet aan de kat dat hij het ook zag en terwijl je stiekem hoopt dat jullie je vergissen, zie je het opnieuw. Een achtbenige, monsterlijk grote spin zoekt zijn weg over jouw witte muur. Een (groot) nadeel van de herfst. En ik krijg dan dus de neiging om weg te rennen, of om zo stil mogelijk te blijven zitten. Eén van de twee. Freeze or flight. Nooit fight. Meestal kijk ik mijn vriendin met een smekende blik aan, terwijl ik vraag of zij de spin wil vangen. En ik ben heus geen watje, maar die grote, zwarte, harige spinnen laat ik met rust.

Meestal krijg ik mijn vriendin zover dat zij hem vangt, ook al is zij minstens zo bang als ik. Maar wat als zij er niet is? Wat dan hè? Want ik bedoel, ik kan de spin niet lekker laten rondrennen, terwijl ik doe alsof ik hem niet zie. En me boven verstoppen totdat mijn vriendin thuiskomt, is ook geen fijne optie. Dus gisteren moest ik een onmogelijk besluit nemen: vlucht ik het huis uit of kijk ik mijn angst in zijn acht ogen? Mijn hele lijf schreeuwde dat ik moest vluchtten, maar ik besloot alle alarmbellen te negeren. Ik ging de spin vangen. Niet doodmaken, want dat is zielig voor mijn witte muur, en een beetje voor de spin. Dus ging ik driftig op zoek naar iets waarin ik de spin kon vangen en een envelop om ervoor te zorgen dat hij er niet uit kon klimmen. Met weke benen liep ik naar de muur toe, vanwaar hij me uitdagend aankeek. Mijn handen trilden en mijn hart ging tekeer. Ik wilde het bakje over de spin plantten, maar faalde daar steeds jammerlijk in. Of eigenlijk durfde ik het niet eens te proberen. Na een aantal miserabele minuten, koos ik ervoor om het maar gewoon te doen. In één keer, zonder erover na te denken. En dus wrong ik mijzelf in een onmogelijk houding en zette ik het bakje over de spin heen, waardoor hij hysterisch heen en weer rende. Ik voelde trots, omdat ik dit eigenhandig had gedaan. En walging, omdat het enige wat mijn hand van de spin scheidde een stuk roze plastic was. Ik keek triomfantelijk om me heen, maar er was niemand met wie ik dit grandioze moment kon delen. En toen zag ik ineens de envelop op de salontafel liggen, die aan de andere kant van de kamer staat. Paniek drong mijn lichaam binnen. Ik klauterde onhandig van de kast af, terwijl ik het bakje angstvallig tegen de muur bleef drukken, en wist dat het niet goed zou komen. Ik moest het bakje loslaten om bij de salontafel te komen, maar dat durfde ik niet. Ik had niets in de buurt wat ik over het bakje kon schuiven en voelde hoe de paniek plaatsmaakte voor wanhoop. Pure wanhoop. Ik bleef staan, ondanks dat het kopje thee dat ik eerder had gedronken mijn blaas had bereikt. En ik plaste nog liever in mijn broek, dan dat ik het bakje los moest laten.

Na een uur hoorde ik sleutels in de voordeur. De deur naar de woonkamer ging open en in de deuropening verscheen mijn vriendin, die mij met uitgelopen mascara onder mijn ogen en een roze bakje in mijn hand tegen de muur zag leunen. Ze vroeg wat ik aan het doen was en nog voordat ik kon antwoordden, schoot ze in de lach. Minutenlang bleef ze daar staan lachen. En ik? Ik liet het bakje los en rende langs haar heen naar boven. Who’s laughing now, huh?