Start » Columns » Column Ben van Althuis – geen romantiek

Column Ben van Althuis – geen romantiek

Terwijl mijn vrouw de knop van de koffiemachine indrukte riep ze vanuit de keuken: “ik zou er best wat lekkers bij lusten.” “Hoe bedoel je?” vroeg ik, “het is zondag!” “Dat weet ik ook wel,” riep ze terug, “maar de supermarkt is open en ze hebben daar lekkere moorkoppen.” “Nou, ik heb ze liever van de banketbakker,” wierp ik tegen. “Die is vandaag gesloten,” kaatste ze terug, en toen poeslief: “ach, ga jij er even twee halen?” “Oké,” zuchtte ik terwijl ik opstond, “ik ga wel.”

Het is gek. Wekelijks sjouw ik winkel in, winkel uit, achter een vrouw die precies weet waar alles staat, maar als ik een keer alleen ben kan ik nooit wat vinden. Na driemaal de complete supermarkt op en neer te hebben gelopen, zag ik het niet meer zitten. Ik wist zeker dat ik ze samen met mijn vrouw in een kleine koelvitrine achter in de winkel had gezien, maar nu was de complete vitrine verdwenen. Even overwoog ik wat anders mee te nemen, maar ja… ik ken mijn vrouw, dus nog maar een rondje.

Midden in een looppad stond een slungelachtig figuur traag nieuwe voorraad in een stelling te proppen. Hoewel ik inmiddels weer bij de ingang stond, moest ik wel zijn kant op aangezien er verder geen medeweker te bekennen was. “Zondags zeker een krappe bezetting!” dacht ik redelijk hardop. “Weet jij waar die moorkoppen staan?” vroeg ik enigszins geïrriteerd toen ik bij hem was. Hij keek me aan alsof ik me op een ongenuanceerde manier in de Zwarte Pieten discussie wilde mengen. “Wat bedoelt u?” vroeg-ie strak. Ik begreep mijn onduidelijke vraagstelling en corrigeerde: “de gebakvitrine.” Oh, antwoordde de slungel toonloos en strekte zijn arm uit terwijl de andere stug doorging met vullen. “Daar!” was zijn enige toelichting.

“Bedankt,” zei ik tamelijk overbodig, want toen ik een eindje in de richting van zijn wijzende vinger was gelopen had ik van alles gezien behalve een gebakvitrine. Even stond ik doelloos tussen vier stellingen. Toen hoorde ik iemand zeggen: “erg behulpzaam zijn ze niet, hé?” Achter mij stond een oudere dame. “Ik zag dat hij u deze kant op stuurde, maar hij had best even mee kunnen lopen,” verklaarde ze haar opmerking. Ik knikte.

“Dat was vroeger anders,” ging ze verder. “Toen kon je bij de kruidenier nog een babbeltje maken. Over de buurt, over andere klanten, of zomaar over het weer. En als je iets wilde weten namen ze alle tijd voor je. Daar hebben ze in een supermarkt tegenwoordig geen geduld meer voor.” Even keek ze me aan, daarna concludeerde ze zuchtend: “Weet u, de echte romantiek is dood.” Ze wees achter een volle broodstelling. “Daar staat-ie, uw vitrine, een beetje verstopt.” Ze glimlachte. Met een doos moorkoppen onder m’n arm zette ik koers naar de kassa terwijl ik haar eindconclusie overdacht. Hoewel het verband mij ontging vroeg ik me wel af of ze gelijk had. Zou er echt geen ruimte meer zijn voor romantiek?

Vóór mij, bij de kassa, stond een jongeman met een vrolijk gezicht. Zijn aantrekkelijke uitstraling viel blijkbaar niet alleen mij op, want in de ogen van de blonde kassière zag ik kleine sterretjes toen zij hem ontwaarde. Hoewel hij wel door had dat hij haar aandacht trok negeerde hij haar blik en deponeerde zo onverschillig mogelijk zijn boodschappen op de loopband. Een half brood, twee blikjes cola, een reep chocola en een zakje gesneden kipfilet. Toen-ie aan de beurt was begroette het blondje hem meer dan vriendelijk en begon een geanimeerd gesprek tijdens het aanslaan.

“Lekker hé…, kipfilet?” Hij knikte. “Ben ik ook gek op,” ging ze verder. “O, ja?” reageerde de jongen. “Ja,” bevestigde ze enthousiast haar voorkeur. “Het is vooral lekker op knäckebröd. Je weet wel, met van die zaadjes.” Hij keek haar aan met ogen die ‘ja’ zeiden maar waarschijnlijk ‘nee’ bedoelden. Terwijl hij afrekende bleef ze vertederd naar hem kijken. “Nou, ik zal er de volgende keer aan denken,” zei hij. “Tot ziens!” “Fijne middag,” riep ze hem zachtjes na en één moment vergat ze alle overige klanten. Toen ze haar gezicht terug draaide stond ik daar… met mijn doos moorkoppen. “Vind je het erg als wij ze straks gewoon bij de koffie opeten?” vroeg ik plagend. Ze kreeg een kleur. Hoezo geen romantiek?

© Ben van Althuis ~ 18-09-2016