Start » Columns » Column Ben van Althuis – Echte pijn

Column Ben van Althuis – Echte pijn

Afgelopen week hoorde ik, na terugkeer van de gelauwerde olympiërs, Hanneke Groenteman bij ‘De Wereld Draait Door’ haar negatieve mening uiten over NOS reporters tijdens de olympische spelen in Rio. Het ongenoegen ging hoofdzakelijk uit naar de vaak weinig inlevende en soms zelfs botte vraagstelling van verslaggevers – vlak na een finale – aan sporters die hun doelstelling niet hadden kunnen waarmaken. En ik moet zeggen.., ze had gelijk. Een aantal medaille kandidaten heeft niet het doel bereikt waar ze zich op gefocust hadden. Goud! Hoewel opgezweept door talent, wilskracht, eerzucht en de onbarmhartige push van een land vol verwachtingsvolle toeschouwers, lukte het een aantal uiteindelijk toch niet de hoogste plaats te bereiken.

En dat doet pijn. En een zichtbaar gespeelde pijn bij Chef de mission Maurits Hendriks, wiens ego en bemoeizucht langzamerhand groter is dan die van het hele team bij elkaar, teleurstellingspijn bij de fans, maar de meeste pijn bij de sporter zelf. Echte pijn. Op zo’n moment telt zilver, brons of een vierde plaats niet. Op zo’n moment telt zelfs het meedoen niet. Jaren werken om het ultieme doel te bereiken lijken dan weggegooid. Zo dichtbij en toch zo ver af. Een fractie van een seconde te laat, enkele millimeters te weinig, of een klein glad plekje op het asfalt. Dan is er de teleurstelling, dan vloeien de tranen, dan is er boosheid en emotie. Dat hoort bij topsport. Het is alles of niets, of zoals Louis van Gaal de Engelse taal verrijkte: “Death or the gladioli”.

Heel Nederland zag de afschuwelijke val van wielrenster Annemiek van Vleuten op weg naar een gouden medaille. Een huilende Ranomi Kromowidjojo, na een verschil van 12 honderdste van een seconde met de winnares 50m vrije slag. Het bewusteloze moment van Epke Zonderland, na zijn val van de rekstok, en de emotionele woede van Dafne Schippers, na twee maal verlies. En dat vond ik juist zo mooi. Zo verschrikkelijk mooi. Met een brok in m’n keel en tranen in mijn ogen heb ik zitten kijken naar deze prachtige sporters die het net niet redden en dat emotioneel even niet konden verwerken. Ze hadden het alle vier in zich, maar het kwam er net niet uit. Niet dát wat ze wilden.

En dan staat er vlak achter de finish zo’n NOS verslaggever. “Hoe voel je je nu, ben je teleurgesteld?” En direct daar achteraan: “Waarom lukte het niet en hoe ga je nu verder?” Geen greintje empathie van zo’n eikel. Hij moet interessante vragen stellen. Koste wat het kost. Dat zo’n atleet op dat moment een beetje sterft deert hem niet. Hij staat er tenslotte niet voor de sporters. Hij staat er vooral voor zichzelf. Hij wil nieuws. “Waarom gooide je ineens zo emotioneel je schoenen weg Dafne?” Omdat het haar kleur niet was, sukkel! Ik vraag mij af of deze journalist na afloop van een bijgewoonde begrafenis de betraande familieleden ook vraagt of ze niet erg teleurgesteld zijn, en wat ze hun verdere leven gaan doen.

Lucia Rijker, onze grootste vrouwelijke bokser ooit, bracht het in haar commentaar, na de verloren boks finale van Nouchka Fontijn, terug naar de kern. Fontijn reageerde direct na haar partij emotioneel op de gedachteloze vraag of ze wel kon leven met het zilver: “Wat dacht je, ik baal! Ik denk nu: misschien lag het aan één of twee klappen. Dan had ik misschien beter op m’n kut kunnen gaan!” Wellicht moet de vragensteller de commentariërende woorden van Lucia Rijker nog maar eens goed nalezen: “Ze staat er, ze doet het, wat is ze geweldig. Ja.., misschien heeft de ander meer punten, maar ze staat er. Wat een prestatie..!” En zo is het Lucia.

Ben van Althuis

www.benvanalthuis.nl